• Taga

    Tijdens de sakeboom van de jaren ’80 kende Japan een ongekende stijging in consumptie. Grote namen zoals Konishi, Kenbishi en Gekkeikan konden de vraag nauwelijks bijhouden en deden daarom een beroep op kleinere brouwerijen om hun productiecapaciteit uit te breiden. Voor deze onderaannemers betekende dat een periode van groei: ze investeerden in grote installaties en produceerden op industriële schaal.

    Toen de markt begin jaren ’90 afkoelde en de grote merken hun contracten beëindigden, viel voor veel van deze brouwerijen het doek. Sommigen sloten definitief de deuren, maar enkelen grepen de kans om zich opnieuw uit te vinden — met een eigen stijl, een eigen verhaal.
    Taga Shuzo, jarenlang actief als producent voor Gekkeikan, zag zijn productie terugvallen van miljoenen liters naar amper 40.000 liter per jaar. In plaats van schaal bleef kwaliteit het uitgangspunt. De brouwerij, gevestigd in de prefectuur Shiga, koos voor een kleinschalige aanpak met ruimte voor experiment en verfijning.

    Vandaag staat Taga bekend om zijn elegante junmai ginjo, een sake met een opvallend zuiver profiel en delicate aroma’s. De beperkte productie laat toe om elk detail in het brouwproces nauwgezet te controleren — van rijstselectie tot fermentatie. Deze vrijheid heeft geleid tot een stijl die zich onderscheidt door finesse en balans.

    Voor importeurs en liefhebbers is Taga een voorbeeld van hoe ervaring en ambacht, los van merknaam of volume, kunnen leiden tot sake met karakter. De brouwerij bewijst dat herbeginnen niet betekent teruggaan, maar vooruitkijken — met een eigen stem in een markt die steeds meer waarde hecht aan authenticiteit.